Ralph Nelson Elliott stap 2
Net zoals in de natuur dag en nacht en vloed en eb elkaar opvolgen in een eeuwig durend ritme, zo wisselen impulsen en correctieve golfpatronen elkaar af, om de voortgaande richting van de trend te waarborgen. Bovendien zijn de golfbewegingen altijd genest; dat wil zeggen dat een golfbeweging altijd een onderdeel is van een golfbeweging van hogere orde, die op zijn beurt ook weer een deel van een groter geheel is. In de eerste aflevering heb ik dat op een eenvoudige wijze laten zien: hieronder heb ik er een dimensie aan toegevoegd, vooral om te benadrukken dat dit principe de belangrijkste hoeksteen van Elliott’s theorie is.
Figuur 2: zwart = minor degree, rood = intermediate degree, blauw = primary degree
Alle regels en richtlijnen die Elliott heeft opgesteld, hebben dit basisprincipe als uitgangspunt. De notatie van deze golven staat ook in de figuur vermeld: impulsgolven worden genummerd van 1 t/m 5, terwijl de corrigerende patronen met A, B en C worden gekenmerkt.
Bij de Refined Elliott Trader (waarover later meer), hebben we er niet zo veel mee te maken, maar omdat de notatie voor een niet-Elliottist vaak een onoverkomelijke hinderpaal is, is het toch wel nuttig om een voorbeeld te geven hoe de meeste Elliottisten hun golpatronen nummeren: Op het laagste niveau worden de golven genummerd met 1, 2, 3, 4, 5 en a, b en c en op de hogere niveaus gebeurt dat ook. Alleen dan wordt steeds de positie in de lagere golf vermeld. Een voorbeeld: Stel dat we ons bevinden in de 1e blauwe golf (1 primary), in de 3e oranje golf (3 intermediate) en in de 4e zwarte golf (4 minor), dan is de notatie: 4:3:1 (spreek uit: 4 van 3 van 1). Zo is de b:2, de b golf in de 2e golf van hogere orde (spreek uit: b van 2).
Uit bovenstaande is af te leiden dat golven 1, 3 en 5 binnen een impuls op zich ook weer impulsgolven zijn, die op hun beurt kunnen worden verdeeld in patronen van vijf golven.
Wanneer een impuls is afgerond, wordt de hele 5-golf cyclus gecorrigeerd door een ABC-structuur, of uit een serie van 5- en 3-golven. In het laatste geval vormt die serie van 5- en 3- golven een patroon van hogere orde, die op zijn beurt weer als een ABC golf patroon kan worden herkend.
De belangrijkste regels in vogelvlucht
Figuur 3
- Golf 2 kan in een impuls nooit onder het begin van golf 1 komen.
- Golf 3 kan nooit de kortste golf van de impuls zijn.
- Golf 4 kan in een impuls nooit overlappen met golf 1.
- In een impuls zijn golven 2 en 4 de corrigerende golven.
- Na een impuls volgt een corrigerend patroon in de vorm van een ABC golf. Behalve in de eenvoudige vorm, komen corrigerende patronen ook in een uitgebreide vorm weer. Kenmerk van alle corrigerende golven is, dat ze tegen de trend in gaan.
- Correcties eindigen vaak in het gebied van de 4e golf van de voorgaande impuls.
- Van de corrigerende golven zijn de belangrijkste de Zigzag (en daarvan afgeleid de Dubbele Zigzag en de Triple Zigzag), de Flat (waarvan afgeleid de Double Sideways en de Triple Sideways), de Triangle (contracting en expanding) en de Diagonals (leading en ending).
De ZigZag Wave
Figuur 4
Het patroon van een Zigzag bestaat uit twee impulsen met daartussen een ABC golf (5-3-5 patroon). In Figuur 4 is goed te zien dat de B golf zichtbaar lager ligt dan het begin van de A golf.
De Flat Wave
Figuur 5: rood+blauw = ABC Structuur, C = impuls
- Het patroon van een flat bestaat uit twee 3-golven, gevolgd door een 5 golf (het 3-3-5 patroon) De A golf is niet krachtig genoeg om een impuls te vormen, terwijl de B golf sterk genoeg is om de bodem van de A golf te testen. Ook de C golf komt vaak niet veel boven de top van golf A uit.
- De triangles (driehoeken) zijn een typisch voorbeeld van een zijwaarts bewegende markt, waarin bulls en bears strijden om de macht. Golf 2 van een impuls kan nooit een Triangle zijn; golf 4 wel.
De Samentrekkende Driehoek
Figuur 6
- Een samentrekkende driehoek (contracting triangle) komt veelvuldig voor; een uitbreidende (expanding) zelden. De triangle bestaat uit 5 ABC structuren en wordt geteld als a, b, c, d en e.
- Golf e kan een "undershoot" geven bij een stijgende en een "overshoot" bij een dalende triangle
- Bij een dalende triangle komt de zwarte lijn van boven en staat de a linksboven ipv linksonder.
De Ending Diagonal
Figuur 7
- De Leading Diagonal komt zelden voor en wordt hier verder niet behandeld. De Ending Diagonal lijkt veel op een triangle, maar beweegt zich niet zijwaarts en komt voor als 5e golf van een impuls en als 5e golf van een C golf.
- Een Ending Diagonal heeft 5 ABC golven die al 1 t/M 5 worden genummerd.
De Double Sideways
Tenslotte nog een voorbeeld van een uitgebreide correctie, in dit geval een voorbeeld van een double sideways.
Figuur 8
- In dit geval werd de W uitgevoerd als een Flat en de Y als een Zigzag.
- De X golf is in 55 procent van alle gevallen een Flat; in de overige 45 procent een Zigzag.